Le Monde des religies, maart-april 2005 —
Of de duivel nu wel of niet bestaat, doet er niet toe. Wat onmiskenbaar is, is dat hij terugkeert. In Frankrijk en over de hele wereld. Niet op een spectaculaire en dramatische manier, maar op een diffuse en veelzijdige wijze. Tal van tekenen wijzen op deze verrassende comeback. Grafschennis, vaker satanisch dan racistisch van aard, is de afgelopen tien jaar wereldwijd toegenomen. In Frankrijk zijn de afgelopen vijf jaar meer dan drieduizend Joodse, christelijke of islamitische graven geschonden, een verdubbeling ten opzichte van het decennium daarvoor. Hoewel slechts 18% van de Fransen in het bestaan van de duivel gelooft, is de groep onder de 24 jaar het talrijkst (27%). En 34% van hen denkt dat iemand bezeten kan worden door een demon (1). Het geloof in de hel is de afgelopen twintig jaar zelfs verdubbeld onder jongeren onder de 28 (2). Ons onderzoek toont aan dat grote delen van de tienercultuur – gothic, metalmuziek – doordrenkt zijn met verwijzingen naar Satan, de ultieme rebelse figuur die zich tegen de Vader verzette. Moeten we deze morbide en soms gewelddadige wereld simpelweg interpreteren als de normale manifestatie van een behoefte aan opstand en provocatie? Of moeten we het verklaren door de overvloed aan films, strips en videogames met de duivel en zijn volgelingen? In de jaren 60 en 70 probeerden tieners – en ik was er een van – hun anders-zijn en rebellie vooral te uiten door de consumptiemaatschappij te verwerpen. Indiase goeroes en de etherische muziek van Pink Floyd fascineerden ons meer dan Beëlzebub en hypergewelddadige heavy metal. Zouden we in deze fascinatie voor het kwaad niet een weerspiegeling moeten zien van het geweld en de angsten van onze tijd, gekenmerkt door een afbrokkeling van traditionele waarden en sociale banden, en door een diepe angst voor de toekomst? Zoals Jean Delumeau ons eraan herinnert, laat de geschiedenis zien dat de duivel juist in tijden van grote angst weer opduikt. Is dit niet ook de reden voor Satans terugkeer in de politiek? De verwijzing naar de duivel en de expliciete demonisering van de politieke tegenstander, die door Ayatollah Khomeini opnieuw werd geïntroduceerd toen hij de Grote Amerikaanse Satan aan de kaak stelde, werd overgenomen door Ronald Reagan, Bin Laden en George Bush. Laatstgenoemde liet zich bovendien inspireren door de aanzienlijke hernieuwde populariteit van Satan onder Amerikaanse evangelisten, die hun exorcismepraktijken opvoeren en een wereld aan de kaak stellen die onderworpen is aan de krachten van het kwaad. Sinds Paulus VI, die de toenemende secularisatie van westerse landen beschreef met de "rook van Satan", wil de katholieke kerk, die zich al lang geleden van de duivel had gedistantieerd, niet achterblijven. Als teken des tijds heeft het Vaticaan onlangs een seminar over exorcisme opgericht binnen de prestigieuze Pauselijke Universiteit Regina Apostolorum.
Al deze aanwijzingen rechtvaardigden niet alleen een grondig onderzoek naar de terugkeer van de duivel, maar ook naar zijn identiteit en rol. Wie is de duivel? Hoe verscheen hij in religies? Wat zeggen de Bijbel en de Koran over hem? Waarom hebben monotheïstische religies een grotere behoefte aan deze figuur die het absolute kwaad belichaamt dan sjamanistische, polytheïstische of Aziatische religies? Bovendien, hoe kan de psychoanalyse licht werpen op deze figuur, op zijn psychische functie, en een stimulerende symbolische herinterpretatie van de bijbelse duivel mogelijk maken? Want als, volgens de etymologie, het "symbool"—sumbolon—"datgene is wat verenigt", dan is de "duivel"—diabolon—"datgene wat verdeelt". Eén ding lijkt mij zeker: alleen door onze angsten en onze ‘verdeeldheid’, zowel individueel als collectief, te identificeren, door ze aan het licht te brengen via een veeleisend proces van bewustwording en symbolisering, door onze schaduwkant te integreren – zoals Juliette Binoche ons eraan herinnert in het verhelderende interview dat ze ons gaf – zullen we de duivel en deze archaïsche behoefte, zo oud als de mensheid zelf, overwinnen om onze eigen ongetemde impulsen en angsten voor fragmentatie te projecteren op de ander, op het afwijkende, op de vreemdeling.
(1) Volgens een enquête van het tijdschrift Sofres/Pèlerin uit december 2002.
(2) De waarden van Europeanen, Futuribles, juli-augustus 2002)